Klompen

klompenn

De Nederlander staat bekend om zijn klompen. Letterlijk in élke souvenir winkel in Amsterdam is er wel iets te vinden van een klomp. Nu kunnen we het ons tamelijk moeilijk voorstellen dat iedereen om klompen zal lopen. Stel je voor dat alle jongeren in plaats van op  hippe sneakers, zoals de Nike Huarache, op klompen over straat zouden lopen. Onvoorstelbaar toch? Waar komen de klompen vandaan en waarom liepen mensen er op?

 

De geschiedenis van de klomp gaat helemaal terug naar de Middeleeuwen. De oudste klomp ter wereld stamt namelijk uit 1230 en zijn vindplaats was aan de Nieuwendijk in Amsterdam. Klompen waren ideaal schoeisel voor de modderige Nederlandse grond. Leren schoenen waren daarnaast onbetaalbaar voor het armere volk van Nederland. Daarom werden er in de eerste instantie houten sandalen gedragen. Deze houten sandalen werden later vervangen door een steviger, makkelijker en handiger schoen. Doordat een klomp ophogingen heeft aan de zijkanten, hiel en wreef was er vrijwel geen contact meer met de modderige straten. In de vijftiende eeuw werden de klompen erg populair omdat ze erachter kwamen dat de klomp uit 1 stuk hout gemaakt kon worden. De klomp verscheen in alle soorten en maten, meestal met een punt vorm en pas later met de bekende ronde vorm. Ook het beschilderen van de klomp werd steeds kunstzinniger. Bij een trouwerij gaf men zelfs twee paar klompen cadeau, beide voorzien van de mooiste (en dezelfde) beschilderingen.

 

Echter, komt er de laatste tijd steeds meer aan het licht over de daadwerkelijke oorsprong van de klomp. Hoogstwaarschijnlijk is de klomp helemaal geen Nederlandse uitvinding. Veel klompenkenners denken dat hij zijn oorsprong vindt in Noord-Frankrijk. De klomp werd (en wordt) daar namelijk net zo veel gedragen als hier en in België. Hoe kan het dan dat wij als Nederlanders zo bekend staan om onze klompen? Bertus van den Hof, van het Internationaal Klompenmuseum in Eelde heeft er de volgende theorie over: ‘Nederlanders zijn een handelsvolk en kwamen over de hele wereld. En natuurlijk ook op klompen.’

 

De Nederlandse geschiedenis in een notendop

rijkswapen

Ons land kent een rijke geschiedenis, we hebben veel typische Nederlandse gebruiken en gewoontes. Denk maar eens aan de molens, klompen, landschap, Sinterklaas, etenswaren, het weer en ga zo maar door. Waar vinden deze gebruiken en gewoontes hun oorsprong? En hoe zijn we uiteindelijk tot het Nederland gekomen zoals we het nu kennen (en liefhebben)? We kunnen ons voorstellen dat een overzicht gewenst is, dus zullen we de Nederlandse geschiedenis in een notendop vertellen tot en met de Gouden Eeuw!

 

Tijd van jagers en boeren (- 50 v. Chr.)

Het landschap is altijd erg geschikt geweest voor scheepvaart, Nederland is namelijk een rivierdelta. Er zijn veengebieden waar soms groepen mensen op af kwamen om te jagen. Hierdoor ontstonden er langzaam maar zeker kenmerken van bewoning. Veel mensen woonden in zogenaamde terpen.

 

Tijd van Romeinen en Germanen (50 v. Chr. – 500 n. Chr.)

Het Romeins Imperium breidt zich steeds meer uit en dus ook naar het noorden, naar de (oude) Rijn. Boven de Rijn, in het oosten woonden de Bataven. Deze Bataven kunnen wij nu zien als voorvaderen van de Nederlanders. De periode tot 250 was tamelijk rustig, er was sprake van handel en er werden wegen gebouwd. Stadsvormig begon op plekken die we nu kennen als Maastricht, Nijmegen en Utrecht. Na 250 begint het Romeinse gezag steeds minder te worden en rond 400 is er vrijwel geen gezag meer over.

 

Tijd van monniken en ridders (500 – 1000)

In deze periode worden de Lage Landen wat we noemen ‘gekerstend’. De Engelse bisschoppen Bonifatius en Willibrord zijn de bekendste missionarissen. Verder komt er steeds meer rust omdat in Franse gebieden een nieuw rijk ontstaat (onder Karel de Grote). In de Lage Landen komen er steeds meer uitvindingen tegen het water, waardoor de landbouw een grote groei doormaakt. Europa is een lappendeken van gebieden die worden bestuurd door adellijke lieden, er heerst een standenmaatschappij. Door de zee- en riviervaart wordt er veel geld binnen gebracht, cq macht voor gebiedsuitbreiding.

 

 

Tijd van steden en staten (1000 – 1500)

Verschillende steden raken vanaf 1200 bij een internationaal netwerk van handelssteden, de Hanze. Vervolgens, vanaf 1300, gaat het goed met de economie van het gewest Holland, vooral Amsterdam wordt hier groter en rijker. Er komen steeds meer burgers waardoor er gildes ontstaan. Omstreeks 1400 krijgen de Lage Landen echter te maken met de hertogen van Bourgondië (Oost-Frankrijk). Vanaf 1464 worden de gezamenlijke belangen van de noordelijke Bourgondische gewesten besproken in de Staten-Generaal. Dan, rond 1540, heeft Karel V de macht over een groot deel.

 

 

 

Tijd van ontdekkers en hervormers (1500 – 1600)

In 1555 doet keizer Karel V afstand van de troon en laat zich opvolgen door zoon Filips II. Filips II krijgt te maken met de opkomst van religieuze protestbewegingen: de Reformatie begint in de Noordelijke Nederlanden. In 1566 bestormen de ‘ketters’ allerlei kerken en slaan daar beelden kapot in een Beeldenstorm. Filips stuurt als reactie hierop de Hertog van Alva naar de Lage Landen, hij veroordeeld honderden protestanten ter dood. De onrust die ontstaat gaat langzaam over in een Opstand, ook bekend als de Tachtigjarige Oorlog van 1568 tot 1648. Het lukt Filips niet om de Opstand te onderdrukken. Prins Willem van Oranje ontwikkelt zich tegen wil en dank tot leider van de opstandelingen. Hij leidt de strijd maar probeert ook verzoenend op te treden. Vervolgens, in 1579, verenigen de zeven noordelijke gewesten zich tot een Unie van Utrecht (te zien als eerste grondwet), terwijl de zuidelijke gewesten meer voelen voor Filips II: later de breuk tussen Nederland en België. Tot slot zeggen de Staten-Generaal in 1581 de gehoorzaamheid aan Filips II op in een Plakkaat van Verlatinghe.

 

Tijd van regenten en vorsten (1600 – 1700)

De Vrede van Munster wordt in 1648 gesloten door Spanje en ‘de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’, waardoor de Republiek erkenning krijgt als zelfstandig land. Er heerst ‘gewetensvrijheid’: andere geloofsovertuigingen worden ook toegelaten. De Republiek is opvallend rijk en machtig omdat ze met geld legers en vloten kunnen kopen. De economie groeit hard door ontwikkeling van handel op Azië. In 1602 wordt de VOC (de Verenigde Oost-Indische Compagnie) opgericht, er wordt vooral in specerijen met Azië gehandeld. Later wordt er ook de WIC (de West-Indische Compagnie) opgericht. Ook de cultuur maakt een rijke bloei door, Nederland komt bekend te staan als een land van molens, een land zonder koning en mechanisatie van de economie. Door alle boven genoemde factoren kennen we deze periode in de geschiedenis als de Gouden Eeuw.