Nederland en de Europese Unie

eu

In dit artikel zullen we de Europese Unie behandelen. Nederland behoort namelijk al sinds 1958 tot de Europese Unie. Sterker nog, Nederland heeft zijn aandeel gehad in het vormen van deze unie. We zullen een stukje geschiedenis behandelen!

Lidstaten

Er zijn veel lidstaten die bij de Europese Unie horen, 28 om precies te zijn. Weet jij ze allemaal? Zo hoort bijvoorbeeld ook de populaire vakantiebestemming Ibiza (onderdeel van Spanje) bij de EU, en behoort Groenland (onderdeel van Denemarken) niet bij de Europese Unie! De lidstaten zijn – op alfabetische volgorde:

  • België
  • Bulgarije
  • Cyprus
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Finland
  • Frankrijk
  • Griekenland
  • Hongarije
  • Ierland
  • Italië
  • Kroatië
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Malta
  • Koninkrijk der Nederlanden
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Spanje
  • Tsjechië
  • Verenigd Koninkrijk (vertrekt uit de Europese Unie, artikel-50-procedure wordt in gang gezet)
  • Zweden

 

Een stukje geschiedenis

Na de Tweede Wereldoorlog groeide het besef dat Europese integratie nodig was, zowel economisch gezien als ten behoeve van de vrede. Zo werd in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (de EGKS) opgericht, dit werd officieel door het tekenen van het Verdrag van Parijs. Dit verdrag werd getekend door België, Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland. Dit leidde vervolgens, in 1957, tot een verdere integratie. Bij het Verdrag van Rome werd de Europese Economische Gemeenschap (de EEG) opgericht. Deze veranderde later in de Europese Gemeenschap (de EG) met een Commissie, Raad en Parlement.

Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk werden in 1973 lid van de EG. In 1981 kwam daar Griekenland bij en in 1986 ook Spanje en Portugal. De oprichting van de Europese Unie vond in 1992 plaats, bij het Verdrag van Maastricht. In 2002 werd de euro ingevoerd. In 2004 traden er tien nieuwe landen toe tot de EU: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. En in 2007 kwamen Bulgarije en Roemenië erbij. Na de uitbreiding werd in 2007 het Verdrag van Lissabon getekend zodat de unie goed bestuurbaar bleef. Tot slot trad Kroatië toe tot de unie en daarmee is het aantal lidstaten nu 28 – al zal dit door de brexit binnenkort weer worden terug gebracht tot 27 lidstaten.

Oud Hollandse muziek

oud-hollandse-muziek

Met carnaval om de hoek, het weekend van 24 februari, vliegen de carnavalsknallers ons al om de oren. Deze zijn overal te vinden: op verschillende cd’s, tv, youtube, de radio, etc. Veel van deze zogenaamde carnavalsknallers vinden hun oorsprong lang geleden. Of het daarmee ook echt Oud Hollandse muziek te noemen is, is een andere vraag. Want wat is Oud Hollandse muziek? Wanneer is iets Oud Hollandse muziek? In dit artikel bieden we je de antwoorden!

Stukje geschiedenis

Liedjes worden van oudsher mondeling doorgegeven. Pas vanaf het einde van de Middeleeuwen werden deze liedjes verzameld in boeken, zogenaamde liedboeken. Het Antwerps Liedboek, uit 1544, is het oudste bekende liedboek waar Nederlandstalige liedjes in staan. In de eeuwen daarna verschenen er steeds meer en meer liedboeken. Vervolgens, in de 19e eeuw werden veel volksliedjes gedrukt op bladen. Dit zijn losse vellen met één of enkele liedjes erop gedrukt. De zangers op bijvoorbeeld verschillende marktpleinen zongen dan terwijl ze de liedbladen aan de man brachten. Dit waren straatzangers, vaak hadden ze ook nog een roldoek of smartlap bij zich (een soort poster wat bij hun lied pastte).
 

Volksliedjes

In Europa ontstond in de 19e eeuw een nieuwe culturele stroming: de Romantiek. De emotie en subjectieve ervaring kwamen naar voren. Daarnaast kenmerkte de Romantiek zich ook door nostalgie naar het verleden en een vorm van nationalisme. Dit zien we terug in oude, traditionele volksliedjes die terug te vinden zijn in de liedboeken. Het Nederlands Volksliedenarchief (van het Meertens Instituut) heeft een aantal volksliedverzamelingen uit de 19e eeuw en uit het begin van de 20e eeuw tot zijn beschikking. Samen met de Koninklijke Bibliotheek bezit het Meertens Instituut ook twee grote liedbladverzamelingen: de Collectie liedbladen Moormann en de Collectie liedbladen Wouters. Hier zijn rond de 15.000 liedjes in terug te vinden! Sommige volksliedjes kennen we nu nog, en sommige zijn dus zelfs omgedoopt tot carnavalsliedjes!

 

Oud-Hollandse spelen en sporten

oud-hollandse-spelen

De geschiedenis van Nederland is rijk aan spelen en sporten, die typerend zijn voor ons volk. Sommige ontzettend ouderwets en een tikkeltje saai – haast net zo ouderwets als weten wat een postzegel kost -, anderen energiek en intensief. In dit artikel zullen we een paar oud-Hollandse spelen en sporten bespreken.

Oud-Hollandse Sporten

Er zijn een paar sporten die typisch Nederlands zijn en die buiten Nederland dus nauwelijks beoefend worden of niet eens bestaan. Sommige daarvan zijn oprecht intensief – dat je de beoefenaars bij wijze van spreken aan kan raden om creatine te gebruiken. Dit zijn sporten die hun oorsprong vinden in de oud-Hollandse tijd. De eerste, en meest bekende, is korfbal. Korfbal is nog niet heel lang geleden bedacht, om precies te zijn in 1902 en er kan dus over getwist worden of dit een echt oud-Hollandse sport is. Het is bedacht door een Amsterdamse leraar genaamd Nico Broeckhuysen. Bij Korfbal moet je een bal door een korf gooien die aan de paal hangt. De teams zijn bij deze sport gemengd: mannen én vrouwen. Vervolgens is er de Friese sport fierljeppen, oftewel: polsstokspringen. Met een lange polsstok wordt dan geprobeerd om over een zo breed mogelijke sloot of rivier te ‘springen’. Een andere Friese sport is kaatsen, waarbij er een bal wordt geslagen met de bedoeling dat de tegenpartij hem niet terug kan slaan.

Oud-Hollandse spelen

jEr zijn een aantal bordspelen waar Nederlanders gek op zijn en die dan ook van eigen bodem komen. Denk maar eens aan ‘Ganzenbord’ en ‘Mens Erger Je Niet’. Een ander echt typisch oud-Hollands spel is sjoelen. Dit spel speelt zich af op een houten lange bak waarbij men schuift met sjoelschijven. De sjoelschijven worden geschoven richting gleufjes aan het einde van de bak, waar je de punten mee kan scoren. Wist je dat er zelfs officiële toernooien worden georganiseerd door de Nederlandse Sjoelbond?

Globalisering is bijna overal te merken

globalisering

Globalisering en mondialisering is het proces waarbij de wereld als het ware kleiner wordt. Dat is echter wel heel kort door de bocht gezegd. Het is een voortdurend proces van wereldwijde politieke, culturele en economische integratie. Dit wordt onder andere mogelijk gemaakt door de innoverende informatie- en communicatietechnologie. Daarnaast wordt het vervoer ook steeds sneller, waardoor handel makkelijker wordt. We kunnen de globalisering in veel dingen merken, in de producten die we hier hebben bijvoorbeeld. Denk maar eens aan de verschillende restaurants. Zelfs als je kookt uit maaltijdboxen merk je dat hier allerlei ‘wereldrecepten’ in zitten. Daarnaast zijn kledingmerken ook een duidelijk teken: allemaal Amerikaanse en Engelse merken zijn te verkrijgen in de winkels in de Kalverstraat. In dit artikel zullen we de globalisering kort behandelen, omdat dit ook belangrijk is voor ons land!

Culturele globalisering

De culturen worden (enorm) beïnvloed door de globalisering. Sommigen zeggen zelfs dat we op weg zijn naar een wereldcultuur. Door verbeterde communicatiemiddelen, migratie en toerisme verspreiden cultuurelementen zich sneller dan ooit. Er zijn wat betreft culturele globalisering twee effecten: homogenisering en heterogenisering. Bij homogenisering gaan cultuurelementen op elkaar lijken, in dit geval wordt er vaak gesproken van een wereldcultuur door de verwestering. Bij heterogenisering worden cultuurelementen van de eigen cultuur verweven met die van een andere cultuur, vaak de westerse cultuur.

Politieke globalisering

Binnen de politiek is de globalisering pas sinds 1980 toegenomen. Daarvoor was er vrijwel altijd sprake van een soevereine staat. Door supranationale organisaties is hier veel in veranderd. Een supranationale organisatie is bijvoorbeeld de EU, deze staat zelfs in sommige opzichten boven onze nationale staat. Ook de toename van NGO’s, non gouvernementele organisaties heeft hier aan bij gedragen.

Economische globalisering

We zouden kunnen stellen dat achter de economische globalisering de MNO’s zitten. Dit zijn multinationale ondernemingen die over meerdere landen verspreid zijn. Zodanig zelfs, dat zij de hele wereld in principe zien als hun afzetmarkt.

Klompen

klompenn

De Nederlander staat bekend om zijn klompen. Letterlijk in élke souvenir winkel in Amsterdam is er wel iets te vinden van een klomp. Nu kunnen we het ons tamelijk moeilijk voorstellen dat iedereen om klompen zal lopen. Stel je voor dat alle jongeren in plaats van op  nieuwe sneakers, zoals de Nike Huarache, op klompen over straat zouden lopen. Onvoorstelbaar toch? Waar komen de klompen vandaan en waarom liepen mensen er op?

 

De geschiedenis van de klomp gaat helemaal terug naar de Middeleeuwen. De oudste klomp ter wereld stamt namelijk uit 1230 en zijn vindplaats was aan de Nieuwendijk in Amsterdam. Klompen waren ideaal schoeisel voor de modderige Nederlandse grond. Leren schoenen waren daarnaast onbetaalbaar voor het armere volk van Nederland. Daarom werden er in de eerste instantie houten sandalen gedragen. Deze houten sandalen werden later vervangen door een steviger, makkelijker en handiger schoen. Doordat een klomp ophogingen heeft aan de zijkanten, hiel en wreef was er vrijwel geen contact meer met de modderige straten. In de vijftiende eeuw werden de klompen erg populair omdat ze erachter kwamen dat de klomp uit 1 stuk hout gemaakt kon worden. De klomp verscheen in alle soorten en maten, meestal met een punt vorm en pas later met de bekende ronde vorm. Ook het beschilderen van de klomp werd steeds kunstzinniger. Bij een trouwerij gaf men zelfs twee paar klompen cadeau, beide voorzien van de mooiste (en dezelfde) beschilderingen.

 

Echter, komt er de laatste tijd steeds meer aan het licht over de daadwerkelijke oorsprong van de klomp. Hoogstwaarschijnlijk is de klomp helemaal geen Nederlandse uitvinding. Veel klompenkenners denken dat hij zijn oorsprong vindt in Noord-Frankrijk. De klomp werd (en wordt) daar namelijk net zo veel gedragen als hier en in België. Hoe kan het dan dat wij als Nederlanders zo bekend staan om onze klompen? Bertus van den Hof, van het Internationaal Klompenmuseum in Eelde heeft er de volgende theorie over: ‘Nederlanders zijn een handelsvolk en kwamen over de hele wereld. En natuurlijk ook op klompen.’

 

De Nederlandse geschiedenis in een notendop

rijkswapen

Ons land kent een rijke geschiedenis, we hebben veel typische Nederlandse gebruiken en gewoontes. Denk maar eens aan de molens, klompen, landschap, Sinterklaas, etenswaren, het weer en ga zo maar door. Waar vinden deze gebruiken en gewoontes hun oorsprong? En hoe zijn we uiteindelijk tot het Nederland gekomen zoals we het nu kennen (en liefhebben)? We kunnen ons voorstellen dat een overzicht gewenst is, dus zullen we de Nederlandse geschiedenis in een notendop vertellen tot en met de Gouden Eeuw!

 

Tijd van jagers en boeren (- 50 v. Chr.)

Het landschap is altijd erg geschikt geweest voor scheepvaart, Nederland is namelijk een rivierdelta. Er zijn veengebieden waar soms groepen mensen op af kwamen om te jagen. Hierdoor ontstonden er langzaam maar zeker kenmerken van bewoning. Veel mensen woonden in zogenaamde terpen.

 

Tijd van Romeinen en Germanen (50 v. Chr. – 500 n. Chr.)

Het Romeins Imperium breidt zich steeds meer uit en dus ook naar het noorden, naar de (oude) Rijn. Boven de Rijn, in het oosten woonden de Bataven. Deze Bataven kunnen wij nu zien als voorvaderen van de Nederlanders. De periode tot 250 was tamelijk rustig, er was sprake van handel en er werden wegen gebouwd. Stadsvormig begon op plekken die we nu kennen als Maastricht, Nijmegen en Utrecht. Na 250 begint het Romeinse gezag steeds minder te worden en rond 400 is er vrijwel geen gezag meer over.

 

Tijd van monniken en ridders (500 – 1000)

In deze periode worden de Lage Landen wat we noemen ‘gekerstend’. De Engelse bisschoppen Bonifatius en Willibrord zijn de bekendste missionarissen. Verder komt er steeds meer rust omdat in Franse gebieden een nieuw rijk ontstaat (onder Karel de Grote). In de Lage Landen komen er steeds meer uitvindingen tegen het water, waardoor de landbouw een grote groei doormaakt. Europa is een lappendeken van gebieden die worden bestuurd door adellijke lieden, er heerst een standenmaatschappij. Door de zee- en riviervaart wordt er veel geld binnen gebracht, cq macht voor gebiedsuitbreiding.

 

 

Tijd van steden en staten (1000 – 1500)

Verschillende steden raken vanaf 1200 bij een internationaal netwerk van handelssteden, de Hanze. Vervolgens, vanaf 1300, gaat het goed met de economie van het gewest Holland, vooral Amsterdam wordt hier groter en rijker. Er komen steeds meer burgers waardoor er gildes ontstaan. Omstreeks 1400 krijgen de Lage Landen echter te maken met de hertogen van Bourgondië (Oost-Frankrijk). Vanaf 1464 worden de gezamenlijke belangen van de noordelijke Bourgondische gewesten besproken in de Staten-Generaal. Dan, rond 1540, heeft Karel V de macht over een groot deel.

 

 

 

Tijd van ontdekkers en hervormers (1500 – 1600)

In 1555 doet keizer Karel V afstand van de troon en laat zich opvolgen door zoon Filips II. Filips II krijgt te maken met de opkomst van religieuze protestbewegingen: de Reformatie begint in de Noordelijke Nederlanden. In 1566 bestormen de ‘ketters’ allerlei kerken en slaan daar beelden kapot in een Beeldenstorm. Filips stuurt als reactie hierop de Hertog van Alva naar de Lage Landen, hij veroordeeld honderden protestanten ter dood. De onrust die ontstaat gaat langzaam over in een Opstand, ook bekend als de Tachtigjarige Oorlog van 1568 tot 1648. Het lukt Filips niet om de Opstand te onderdrukken. Prins Willem van Oranje ontwikkelt zich tegen wil en dank tot leider van de opstandelingen. Hij leidt de strijd maar probeert ook verzoenend op te treden. Vervolgens, in 1579, verenigen de zeven noordelijke gewesten zich tot een Unie van Utrecht (te zien als eerste grondwet), terwijl de zuidelijke gewesten meer voelen voor Filips II: later de breuk tussen Nederland en België. Tot slot zeggen de Staten-Generaal in 1581 de gehoorzaamheid aan Filips II op in een Plakkaat van Verlatinghe.

 

Tijd van regenten en vorsten (1600 – 1700)

De Vrede van Munster wordt in 1648 gesloten door Spanje en ‘de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’, waardoor de Republiek erkenning krijgt als zelfstandig land. Er heerst ‘gewetensvrijheid’: andere geloofsovertuigingen worden ook toegelaten. De Republiek is opvallend rijk en machtig omdat ze met geld legers en vloten kunnen kopen. De economie groeit hard door ontwikkeling van handel op Azië. In 1602 wordt de VOC (de Verenigde Oost-Indische Compagnie) opgericht, er wordt vooral in specerijen met Azië gehandeld. Later wordt er ook de WIC (de West-Indische Compagnie) opgericht. Ook de cultuur maakt een rijke bloei door, Nederland komt bekend te staan als een land van molens, een land zonder koning en mechanisatie van de economie. Door alle boven genoemde factoren kennen we deze periode in de geschiedenis als de Gouden Eeuw.